Van een nieuwe stad en een oude spijkerbroek
19 maart 2011 - Perth, Australië
De vlucht naar Perth bleek aangenamer dan verwacht. Opnieuw zat ik, claustrofobisch gevangen, tussen twee mannen op de middelste van drie krappe vliegtuigstoelen. Ik zag de bui al hangen. Twee slapende mannen die bezit nemen van de enkele armleuning tussen de stoelen, en het liefst hun hoofd op je schouder neerleggen, met mij als de heilige Maria daartussen. Maar deze keer bleken de stoelen ruimer en zachter te zijn dan normaal. Peter, links van mij, was een zeer gezellige Australiër, van oorsprong Welshman, die in de fruitbomen zat en bijen hield. Met interessante verhalen en mannelijke bezorgdheid als we in een luchtzak terecht kwamen, was de vlucht zo voorbij.
En daar sta je dan. Grote rugzak op de rug, kleine aan de voorkant en nog een tas in de hand. De zwaartekracht trekt je zowat het hete asfalt in. Dertig graden wijst de thermometer aan. Maar gelukkig is het minder vochtig dan in Darwin en met een lekker windje. Heerlijk dus. Eerst maar eens bij het hostel zien te komen. Vragen, kijken, zweten, maar uiteindelijk heb je de juiste bus, op het juiste perron te pakken. De Governer Robinsons Backpackers, blijkt minder romantisch te zijn dan de Lonely Planet gids aangeeft. En nog duur ook. Zelfs op het wc papier wordt bezuinigd. Maar goed, je wordt steeds makkelijker. En aan het einde van de avond, na gegeten te hebben in de Aziatische wijk met een meisje die ik bij een vorige tour ontmoet heb, blijkt er in 30 jaar maar weinig veranderd te zijn. Ook de jeugd van tegenwoordig zingt liedjes van Don McLean en John Lennon, begeleid door gitaar. Getroost door zoveel herkenning viel ik in een diepe slaap.
Een nieuwe stad moet je langzaam ´aantrekken´. Als een nieuwe spijkerbroek. Je moet een beetje trekken en duwen, ook een beetje meegeven, maar als hij eenmaal zit, en je hebt hem´ingelopen´, dan wil je hem nooit meer uit. Als het een leuke stad is tenminste. Dat trekken en duwen, begint met op de kaart kijken. Hoe ziet de plattegrond eruit en waar ben ik. Hoe werkt het openbaar vervoer. Dan ga je wandelen en je kijkt rond, met open nieuwsgierige ogen. Koopt ergens een regular Latte, gaat zitten op een bankje en laat het werkvolk aan je voorbijtrekken. De vrouwen zijn goed gekleed, heel anders dan in Nederland. Mooie jurkjes van dito stoffen, en daaronder pumps. Ik voel me wat uit de toon vallen met mijn vale, afgeknipte kapotte spijkerbroek. Maar ja, die zit zo lekker. Perth is een echte stad. Met veel verkeer, zilveren wolkenkrabbers en daartussen nog wat historische gebouwen. De oudste stammend uit ca 1840. Perth ligt aan de Swanriver, een grote rivier die bij Fremantle in zee uitmondt. Op de terugweg naar het hostel, kwam ik een fantastische winkel tegen. Een soort toko, en overal in de winkel stonden eilandjes met grote voorraadzakken van een meter hoog. Een eiland van allerlei kleurige specerijen, geurende kruiden, een graaneiland, een rijsteiland....De lucht was zwanger van de geuren. Geweldig! Ik heb daar olijven gekocht die gemarineerd werden in kaneel en chili....en die waren lekker! In zo’n winkel wil ik wel wonen....En zo laat Perth zich langzaam ‘aantrekken’, en misschien zit de stad me straks net zo lekker als die oude spijkerbroek.

This really puzzles me....